‘Als Estland het kan, kunnen wij het ook’

De persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) bewijst in de praktijk al haar meerwaarde. Dat bleek tijdens de Quli Experience 2019. Maar voor een snellere digitale innovatie moeten nog de nodige horden worden genomen.

Met oplopende zorgkosten en een enorm personeelstekort, schreeuwt de zorgsector om vernieuwing. Digitale innovatie kan oplossingen bieden. Helaas gaat dat nog te traag, stelde directeur Gezondheidszorg Michel van Schaik van de Rabobank tijdens de vierde Quli Experience. “Er zit veel meer verbeterpotentieel in de sector dan eruit komt. Als bank hebben we de ambitie dat tempo te verhogen en partijen die daar zin in hebben actief te ondersteunen.” Reden voor de Rabobank om als gastheer op te treden bij het event van Quli, aanbieder van een digitaal platform inclusief PGO. Van Schaik: “De PGO past bij de visie van Rabobank over de toekomst van de zorg.” Technologie kan volgens hem bijdragen aan een toekomstbestendiger zorgsysteem, waar de burger meer de regie heeft. “Digitale platforms zijn het podium voor die ontwikkelingen.” De zorg kan daarbij ook leren van banken. “Wij hebben al platforms ontwikkeld met dashboards waarbij je in een oogopslag ziet hoe het er voorstaat met je financiële zaken. Zoiets kun je ook inzetten voor de vitaliteit en gezondheid van mensen.”

Na de introductie door Van Schaik presenteerden organisaties die met Quli werken hun vorderingen. De eerste die dat deed was Amarant, een Brabantse organisatie voor mensen met een lichte verstandelijke beperking, autisme of hersenletsel. Zij gebruiken Quli voor de communicatie over de zorg tussen verwanten, zorgverleners en cliënten. Aanvankelijk was de schroom om ermee te werken groot. Maar het aantal aansluitingen ligt nu boven de 3.000 cliënten. De PGO wordt gebruikt om dossiers te raadplegen en te volgen hoe het met een cliënt gaat. Dat doet bijvoorbeeld Marijke Stawridis-Heij, zus van een verstandelijk beperkte broer en zelf werkzaam in de zorg. Dankzij de PGO krijgt zij een goed beeld van de zorg aan haar broer, wanneer ze dat maar wil. “Quli is op ieder moment beschikbaar. Om een rapportage in te zien, hoef ik niet meer op en neer te reizen. En ik hoef me geen zorgen te maken dat het zorgplan verloren gaat in de post.”

Ook het Veteranenloket van het Veteraneninstituut ziet de meerwaarde van de PGO. Tessa Willigenburg, hoofd van dit loket, vertelde dat haar organisatie is opgericht als centrale toegangspoort. (Ex-)militairen en hun naasten kunnen hier terecht voor alle diensten rond de zorg. Geen overbodige luxe. Bij de zorg aan veteranen zijn veel verschillende ondersteuners betrokken. Het Veteranenloket brengt alle nuttige informatie op een plek samen, zodat overzicht ontstaat. Een speciaal voor veteranen ontwikkeld portaal in Quli gaat het mogelijk maken om digitaal contact te leggen met zorgverleners, te declareren en (via een app) aan zelfevaluatie te doen. Verder krijgen veteranen inzage in dossiers en kunnen familieleden ook documenten doorsturen. Zeer nuttig volgens Willigenburg. Een veteraan vertelde haar hoe goed het is om een verslag van een intakegesprek te kunnen laten zien aan familie. “Wat je zelf niet kunt verwoorden kun je wel delen met anderen. Dat is de kracht van Quli.”

Een derde voorbeeld van een organisatie die met een PGO aan de weg timmert, zijn de gezamenlijke brandwondencentra. Zij zetten Quli in voor de ondersteuning van de nazorg. Begin 2019 startten ze een proef. Nu zitten ze in de testfase. Komend jaar gaat de PGO live, eerst in Rotterdam (Maasstandziekenhuis), daarna in Groningen (Martiniziekenhuis) en tot slot in Beverwijk (Rode Kruisziekenhuis). Patiënten kunnen via de PGO informatie en ervaringsverhalen ophalen. Ook is het mogelijk om berichten te sturen aan zorgverleners. Dit is heel nuttig volgens Diane Radstake-Wagener. Haar man is brandwondenpatiënt en zij wonen op grote afstand van het behandelende ziekenhuis in Beverwijk. Radstake-Wagener liet zien hoe diep de nazorg voor een patiënt ingrijpt op de thuissituatie. In die hectiek is het lastig om overzicht te bewaren. “Er zijn zoveel veranderingen waardoor je eigenlijk niet weet welke vragen je allemaal hebt.” Radstake-Wagener is erg enthousiast over de littekenkeuzehulp van de PGO. Die ondersteunt patiënt en verwanten bij de beslissing voor een behandeling. “Dat heeft een enorme toegevoegde waarde.”

Uit de verhalen bleek dat het ontwikkelen van een PGO een proces is van vallen en opstaan. Je moet gebruikers er intensief bij betrekken. En je moet veel technische, juridische en praktische obstakels overwinnen. Dat laatste bleek eens te meer uit het laatste ervaringsverhaal over de Proeftuin PGO en e-Overdracht in de regio Twente. Erna ten Hoeve, manager I&A bij Carintreggeland, wil daar in het oosten heel graag een PGO van de grond krijgen voor de langdurige zorg. En het kan ook, denkt ze. Maar tussen die droom en de daad, staan obstakels in de weg. Denk aan DigiD en allerlei verschillen in applicaties, systemen en standaarden. Ten Hoeve geeft het echter niet op: “We willen doorgaan en het pad door het oerwoud effenen.”

André Rouvoet, slotspreker op Quli Experience 2019, wil met de verzekeraars dat pad helpen effenen. De voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland vertelde over een bezoek aan Estland met een zorgdelegatie. Ze raakten opgetogen over hoe het daar is geregeld. “We dachten: dit gaan we ook in Nederland doen.” Maar Nederland kunnen we niet zoals in Estland ‘from scratch’ beginnen. We moeten eerst de huidige digitale versnippering bestrijden. Volgens Rouvoet nemen de verzekeraars hierin het voortouw. Onder meer door, met andere partijen, de contouren van de nieuwe digitale infrastructuur te schetsen. Daarbij is volgens Rouvoet helder dat de patiënt (met zijn PGO) in het centrum moet staan en de regie over de eigen data moet hebben. De PGO kan volgens hem helpen bij preventie, samen zoeken naar de beste behandeling en betere feedback aan zorgverleners. Volgens Rouvoet is een vliegende start mogelijk. Het uitwisselen van huisarts- en medicatiegegevens kan immers al. Bovendien zouden verzekeraars declaratiedata kunnen leveren. Rouvoet sprak de verwachting uit dat PGO’s betaald kunnen worden via een aanspraak in de zorgverzekeringswet. Hij denkt dat het nog even duurt voor een PGO gemeengoed is, maar: “Als Estland het kan, kunnen wij het ook.”

In een dankwoord deed directeur Hans ter Brake van Quli nog een hartstochtelijk pleidooi voor PGO’s. “Mensen hebben recht op een digitale kopie van hun gegevens. Daar is PGO voor bedacht. En door koppeling met patiëntendossiers levert grote meerwaarde op. De zorg wordt al digitaal ondersteund. Het is toch te gek voor woorden dat patiënten en vooral naasten nu nog niet digitaal mee kunnen doen.” Quli wil volgens Ter Brake zorgnetwerken rond patiënten versterken en echt impact hebben voor hen en hun naasten. “Laten we samen inhoud geven aan díe bedoeling.”

Bekijk hieronder de Aftermovie van de Quli Experience 2019: