AAA
Het is goed dat burgers zeggenschap krijgen over hun zorggegevens

1 november 2016

Het is goed dat burgers zeggenschap krijgen over hun zorggegevens

Binnenkort hebben patiënten recht op het digitaal inzien en een digitale kopie van hun eigen medische gegevens. Tenminste dat lees ik in de pers. Zij kunnen zelf bepalen welke zorgorganisaties die gegevens mogen inzien.

Door Hans ter Brake: Deze verandering is het resultaat van het wetsvoorstel dat op 4 oktober 2016 door de Eerste Kamer is aangenomen. Wat betekent dit voor burgers, zorgorganisaties en leveranciers van dergelijke ICT-systemen, zoals EPD- en ECD-leveranciers?

Alle zorgdossiers
Allereerst merk ik graag op, dat het niet alleen over medische gegevens gaat. Het raakt alle zorgdossiers. In de wet staat, dat het de schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens met betrekking tot de verlening van zorg aan een cliënt omvat. Dus niet alleen medische gegevens door medisch specialisten en andere artsen. Het betreft zorgverleners en dossiers in brede zin.

De wet omvat primair het volgende:

  1. Het regelt vooral de randvoorwaarden voor specifieke en veilige uitwisseling van gegevens en legt zich niet vast op één wijze van uitwisseling;
  2. Daarnaast regelt de wet het elektronisch inzagerecht voor burgers en het verkrijgen van digitale afschriften van eigen gegevens;

Het regelt ook dat de burger toestemming moet geven aan een zorgaanbieder om gegevens met andere zorgaanbieders te delen. Ook het raadplegen van gegevens kan alleen na uitdrukkelijk toestemming van de burger. En, de zorgaanbieder moet dit proces inzichtelijk kunnen maken voor de burger.

Daar waar in bovenstaande ‘burger’ staat, dient ook ‘wettelijk vertegenwoordiger’ gelezen te worden. Ik lees het nog niet, maar zou er voor zijn, dat een burger het verkrijgen van een digitale kopie ook kan uitbesteden aan – gecertificeerde – derden die dergelijke diensten willen verlenen. En, dat deze diensten worden bekostigd uit de zorgfinanciering. Hierdoor zouden bijvoorbeeld VVT en GZ-organisaties participatie van cliënten en mantelzorgers kunnen intensiveren. Een deel van de wet gaat pas over drie jaar in, als de informatie-uitwisseling technisch uitvoerbaar en betrouwbaar is. Daarnaast moet het ook duidelijk zijn hoe de gespecifieerde toestemming van burgers voor het uitwisselen van dossiergegevens gaat werken.

105 miljoen voor ziekenhuizen
De minister meldt in haar brief van 6 oktober 2016 ook dat ziekenhuizen 105 miljoen euro subsidie krijgen voor het ‘Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional (VIPP)’ van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Dit heeft als uitgangspunt dat in 2020 alle Nederlanders digitaal toegang tot hun eigen medische gegevens hebben. 105 miljoen euro is per ziekenhuis niet veel geld. Opmerkelijk vind ik wel, dat het Flevoziekenhuis dit in 2004 al kon en onlangs met St. Jansdal in Harderwijk 25 procent van de ziekenhuizen dit in 2016 al kan. Ik verwacht dat nagenoeg alle ziekenhuizen al over software beschikken voor digitale inzage.

Veel belangrijker vind ik nog, dat met name ouderen en mensen met een handicap doorgaans gebruikmaken van een breder zorgaanbod. Juist in die gedifferentieerde en persoonlijke zorgnetwerken is grote behoefte aan digitale beschikbaarheid en uitwisseling van gegevens. Daar komt bij, dat NVZ het in haar programma vrij laat of de gegevens via een portaal of persoonlijk gezondheidsdossier verwerkt worden. Ik vind het jammer het (nog) geen gemeenschappelijk programma van NVZ met haar zusters – zoals bijvoorbeeld ActiZ en VGN – betreft voor uitwisseling met en opschalen van het gebruik van persoonlijke gezondheidsdossiers. MedMij van Patiëntenfederatie Nederland, VWS, NICTIZ en een brede coalitie van bijna alle zorgkoepels beoogt namelijk nu al spelregels voor het uitwisselen en gebruiken van gezondheidsgegevens en met name persoonlijk gezondheidsomgevingen te realiseren.

Meer data beschikbaar in de zorg
Veel zorgorganisaties moderniseren hun ICT-systemen, er komen nieuwe spelers op de markt die brood zien in het benutten van gegevens en steeds meer burgers houden digitaal hun zorggegevens bij met allerlei wearables en gezondheids-apps op hun smartphone. Er is veel meer data beschikbaar en dus is het belangrijk om die data goed en veilig te communiceren en te beheren.

Hoewel ik het jammer vind dat we een wet nodig hebben om digitale participatie van burgers in de zorg verder op te schalen, is het wel belangrijk om rechten en plichten op te stellen. Het is namelijk niet voor niets dat artsen een medisch beroepsgeheim hebben als het gaat over gegevens van hun patiënten. De nieuwe wet bevat dus regels voor het gebruik van elektronische uitwisselingssystemen waarmee zorgaanbieders gegevens uit dossiers beschikbaar kunnen stellen voor burgers en andere zorgaanbieders.

Digitaal samenwerken en minder fouten
Dat maakt het relevant voor leveranciers van deze oplossingen; waar dergelijke systemen nu nog vooral binnen de muren van de zorgorganisatie worden gebruikt, maakt deze wet dat de informatie uit die systemen ook beschikbaar wordt gesteld aan externe zorgverleners, mits de burger toestemming geeft. Het wordt voor zorgverleners beter mogelijk om digitaal met elkaar samen te werken, met dezelfde gegevens. Dat reduceert de kans op fouten bij het hergebruik van gegevens en omdat het digitaal kan, is dat kostenbesparend.

Voor burgers is deze wet een grote stap richting digitale zelfbeschikking, waardoor ze meer regie krijgen over hun gezondheid en zorg. Burgers kunnen hun eigen gegevens vanuit elke locatie digitaal inzien, zonder dat zij daarvoor naar de zorgorganisatie hoeven. Zo kunnen zij eventuele fouten aangeven en (laten) verbeteren. Dat is geen onbelangrijk gegeven, want Patiëntenfederatie Nederland stelde onlangs vast dat dat een kwart van de mensen die hun eigen dossiers inzien, fouten ontdekt.

Het is dus voor zowel burgers als zorgorganisaties een goede zaak dat de informatie-uitwisseling wordt verbeterd en beter wordt beveiligd. Ik hoop dan ook zeer dat (verplichte) gegevensuitwisseling met burgers de digitale gegevensuitwisseling tussen zorgorganisaties en met ‘patient care devices’ en thuistechnologie verder stimuleert. verder stimuleert. Wij zijn klaar voor de volgende stap in de digitalisering in de zorg.

 

Ga naar Blog

12 juli 2017

Wat is dat, een PGO?

Een PGO biedt mensen de mogelijkheid om zorggegevens zelf te registreren en te verkrijgen uit e-dossiers van verschillende zorgorganisaties. Een PGO beschikt over eigen functionaliteit en integreert ook zinvolle apps van anderen. Voorbeelden zijn: beeldbellen, video en natuurlijk app’s die zijn bedacht door zorgprofessionals zoals de EmotieApp Getgrip van Emoelens. Zo breidt de ‘appotheek’ van een PGO steeds verder uit en...

Lees verder

10 april 2017

Ondersteuning bij de business case Quli

In het kader van het PGO is een kosten en baten overzicht natuurlijk relevant. Moet wellicht zelfs doorslag geven. Beginpunt is voor ons dat zorgvraag stijgt – zie recent weer wachtlijst in Gz – en de middelen niet proportioneel. Als we mensen straks ‘geen zorg willen onthouden’ moeten we dus ‘meer met minder’ kunnen doen. Zelf- en...

Lees verder

13 januari 2017

ICT geeft cliënt meer autonomie

Het verhogen van de productiviteit van zorgmedewerkers en de cliënt in een positie brengen dat hij meer grip krijgt op zijn eigen zorg. “De kwaliteit van zorg kan zoveel hoger en de kosten per cliënt zoveel lager als we dingen slim organiseren en écht gebruik gaan maken van de kansen die digitalisering biedt.” Een gesprek met...

Lees verder

Informatie en Servicedesk

Kantoor Haaksbergen
Blankenburgerstraat 41 A
7481 EA Haaksbergen
servicedesk@quli.nl
026-7920000

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×