PGO in Nederland, en over de grens?

Het landschap van Persoonlijke Gezondheidsomgevingen (PGO) is continue in beweging, niet alleen in Nederland maar ook over de grens. Veel westerse landen lijken in een parallel traject te zitten omtrent de ontwikkeling van PGO’s. Voor de meeste landen geldt dat er een classificatie gemaakt kan worden tussen de overheid die het voortouw neemt in de ontwikkeling van één landelijk PGO en de markt die door middel van meerdere marktpartijen PGO’s aan de man moeten gaan brengen, zoals ook in Nederland gebeurt.

UK

In de U.K. is door de NHS, de Engelse variant van het Ministerie van VWS, een zelfde route gestart als in Nederland. Ook hier krijgt de markt de verantwoordelijkheid om goed werkende PGO’s te ontwikkelen. Inmiddels zijn er meerdere PGO’s actief die binnen regio’s met zorgaanbieders gekoppeld zijn. In de U.K. zijn de PGO-leveranciers de laatste jaren tegen dezelfde problemen aangelopen als de uitdagingen die ook in Nederland te ervaren zijn. Om de ICT infrastructuur te verbeteren heeft de NHS een aantal jaren geleden het ‘Patient Online’ programma geïntroduceerd. Dit omvatte een verplichting voor huisartsen om hun informatie systemen open te zetten voor de patiënt. Alhoewel er in het begin veel weerstand was, en de initiële deadline zeker niet gehaald werd, is het tegenwoordig mogelijk om bij bijna elke huisarts je gegevens digitaal op te vragen. Ook is er recentelijk een wet geïmplementeerd die vaststelt hoe ICT leveranciers en zorgverleners hun systemen aan elkaar moeten gaan koppelen. Of dit gaat lukken is nog maar de vraag aangezien ook voor deze ontwikkeling, de initiële deadline niet gehaald is.

USA

Net als in de U.K. heeft overheid van de Verenigde Staten de verantwoordelijkheid bij commerciële partijen gelegd. Het grootste probleem in de V.S. is dat de ICT infrastructuur ontzettend divers is en universele koppeling  van PGO’s met zorgorganisaties nog ver weg lijkt. Wel opvallend is, dat er een aantal PGO leveranciers actief zijn die een grote capaciteit hebben en geavanceerde PGO’s hebben ontwikkeld. Deze PGO’s lijken echter vaak meer op zeer uitgebreide patiënten portalen aangezien ze geen interoperabiliteit hebben tussen verschillende zorgaanbieders.

Zweden

In Zweden heeft de overheid een aantal jaren gekozen voor een systeem met een PGO die binnen elke provincie met alle zorginstellingen is verbonden. Het plan was dat dit systeem later zou worden omgevormd tot één nationaal PGO platform. De ontwikkeling van een nationaal platform was uitbesteed aan een Amerikaanse PGO leverancier maar zou wel gratis toegankelijk blijven voor elke Zweedse burger. Verassend genoeg kwam dit plan niet door het Zweedse parlement. Net als het EPD in Nederland heeft het Zweedse parlement geen vertrouwen in de privacy regulaties en is dit plan voorlopig gepauzeerd. Desondanks zijn de provinciale PGO’s nog steeds in gebruik, hiermee kan de Zweedse burger inmiddels afspraken maken met de arts, metingen doorgeven, en medicijnen bestellen.

Australië

De overheid van Australië heeft het My Health Record ontwikkeld. Het beste te vergelijken met een universeel elektronisch patiënten dossier. Via My Health Record kan iedere burger beschikken over zijn eigen medische gegevens. Tenminste als de desbetreffende zorgaanbieder zich heeft aangesloten bij My Health Record. Tot nu toe hebben 75% van de publieke ziekenhuizen, 55% van de private ziekenhuizen en zorgaanbieders en 80% van de huisartsen zich aangesloten. Dat, in combinatie met 90% van de Australische populatie die geregistreerd is in My Health Record, zal de komende tijd nieuwe inzichten geven die ook voor de PGO markt in Nederland erg interessant zullen zijn.

PGO kan meer betekenen

Net als het MedMij-programma is My Health Record vooral gericht op de uitwisseling van medische gegevens. Absoluut een belangrijk aspect, maar een PGO kan zoveel meer betekenen. Zo is er vooralsnog geen mogelijkheid om te communiceren met de zorgverlener via My Health Record. Aan de ene kant neemt dit voor een deel een groot probleem van de zorgverlener weg, de angst op meer werkdruk, wat zou kunnen bijdragen aan de hoge adoptie van zorgaanbieders. Aan de andere kant merken wij in Nederland dat communicatie via de PGO een laagdrempelige methode voor cliënt en professional is om eenvoudig en snel te kunnen communiceren. Geen hogere werkdruk, maar juist effectievere en efficiëntere communicatie.

Met grote belangstelling zullen wij de ontwikkelingen blijven volgen over de grens. Opvallend is dat nu in meerdere landen de nationale of via de markt PGO’s als paddenstoelen uit de grond ploppen. Interessant wordt om te kijken hoe alle landen omgaan met de universele problemen van (semantische) interoperabiliteit, functionaliteit en weerstand van burgers, zorgverleners en anderen. De komende jaren zal er meer informatie beschikbaar komen over het gebruik en de effecten van PGO’s en wat de moeilijkheden zijn om inhoudelijk hierover kunnen publiceren. Voordeel is dat met zoveel landen die bezig zijn met de ontwikkeling van PGO’s er altijd wel een land is dat in een bepaald aspect vooruit loopt op de rest. Dit kan ons als het ware een inzage in de toekomst bieden. Een toekomst die, ook in Nederland, een PGO voor ieder mens zal bieden.

Dit blog is geschreven door Kilian Hoogenboom.